weebly statistics
foto evenementen elf fair nacht steden macro

A a d K a l i s v a a r t s F o t o s i t e

N e w a n d f r e s h l o o k

P h o t o g r a p h y

Stations

Tekstvak:

Copyright Aad Kalisvaart 2018

A a d K a l i s v a a r t s F o t o s i t e

P h o t o g r a p h y

Tekstvak: Tekstvak:

Tips. (pagina 2)

 

 

In het hoofdstuk Tips zijn diverse themas/onderwerpen opgenomen met bij elk onderdeel een duidelijke uitleg en toelichting met tips, toepassingen en gebruikers gemak.

Macro-objectief als portretlens, werken met lange telelenzen, vallende lijnen.

Focus testkaart

Prime lenzen

Snelle beweging fotograferen, afwijkende formaten gebruiken, klassieke macrofotografie.

De 85 mm lens

Panorama

Het ND filter

De telelens

Snelle beweging, afwijkende formaten, klassieke macro

Snelle beweging fotograferen.

Onderwerpen die zich erg snel bewegen, kunt u niet zo maar fotograferen door de camera erop te richten en af te drukken. De camera heeft namelijk enige tijd nodig om de foto te maken, bijvoorbeeld om de spiegel op te klappen. Hoewel die tijd erg kort is, kan het voldoende zijn om het onderwerp weer volkomen buiten beeld te laten bewegen voordat de daadwerkelijke foto gemaakt wordt.

In het beste geval zal het onderwerp op een hele andere plaats staan dan u had bedoeld. Bovendien zal de snelheid van het onderwerp meestal voor bewegingsonscherpte zorgen.

De oplossing voor dit probleem is om zogenaamd "mee te trekken" tijdens het fotograferen. U volgt het onderwerp met de camera, zodat het steeds in beeld blijft. Tijdens die beweging drukt u rustig af. Het resultaat is nu dat het onderwerp er goed op komt, zowel qua positie als qua scherpte. Omdat onderwerp en camera ten opzichte van elkaar weinig of niet bewogen, zal er geen bewegingsonscherpte in het onderwerp zelf zijn. Wat u nu wel ziet is juist bewegingsonscherpte in de achtergrond, omdat die nu juist snel bewoog t.o.v. de camera. Dat is echter niet erg, want dat verhoogt juist de indruk van snelheid.

Mee trekken is iets wat u een beetje zult moeten oefenen voor het beste resultaat. Wat vaak gebeurt is dat de zaak toch mis gaat, omdat er te krampachtig wordt gewerkt. Een extra moeilijkheid is dat het beeld van de camera vlak voor de opname donker wordt, vanwege de opklappende spiegel.

Sommige mensen hebben de neiging om de beweging stop te zetten zodra het beeld zwart wordt, maar dat leidt natuurlijk weer tot het eerdergenoemde verschijnsel dat het onderwerp buiten beeld belandt. De kunst is om u door het zwart worden van het beeld niet te laten afleiden, en gewoon rustig met de beweging door te gaan. Druk vooral ook niet te hard op de ontspanknop, dat leidt meteen tot een scheef gehouden camera en dus een scheve horizon.

Bij hele snelle bewegingen en een relatief klein onderwerp, zoals op deze voorbeeldfoto, is handiger om de autofocus niet te gebruiken. In plaats daarvan stelt u alvast scherp op de plek waar u het onderwerp verwacht op het moment dat u de foto zal maken.

Vervolgens richt u de camera op het onderwerp, zonder opnieuw scherp te stellen. U ziet nu een onscherp onderwerp dat steeds scherper wordt naarmate het dichter bij het punt komt waar u op richtte. Druk wel vlak voordat het onderwerp helemaal scherp geworden is al op de ontspanknop, om zodoende weer rekening te houden met die kleine vertragingstijd.

Afwijkende formaten gebruiken.

"De terreur van het kleinbeeldformaat" wordt het wel eens genoemd, al die foto's die altijd maar weer de verhouding 2:3 hebben. Omdat toevallig ooit iemand eens heeft verzonnen dat 2:3 een goede verhouding was voor het negatief van een kleinbeeldfilmpje, zitten we tot de dag van vandaag opgescheept met deze verhoudingen, die gebruikt worden alsof ze in de grondwet zijn verankerd.

Met APS is een poging gedaan om die verhoudingen te veranderen. Naast het "C" (Classic) formaat, dat dus weer 2:3 is, werden twee langere formaten gentroduceerd, namelijk "N" (Normaal, 5:9) en "P" (Panorama, 1:3).

Helaas blijkt het gros van de APS-gebruikers nauwelijks te experimenteren met die drie formaten. En we hebben uiteraard al sinds tijden het 6x6 formaat en de formaten 6x4,5 cm en 6x7 cm, waar Pentax ook camera's voor uitbrengt. Maar wie zegt dat u niet zelf ieder formaat zou kunnen halen uit kleinbeeld? Niemand toch? Het is misschien alleen een kwestie van (verkeerde) zuinigheid dat dit zo weinig wordt gedaan.

Klassieke macro fotografie.

Macrofotografie is het fotograferen van kleine onderwerpen, waarbij de term "macro" officiel pas geldt als er sprake is van een afbeelding van 1:1 of meer. Dat wil zeggen dat het onderwerp op uw foto minimaal net zo groot moet zijn als in de realiteit.

In de praktijk wordt het begrip "macro" wat ruimer genomen, en bedoelen we daarmee meestal het fotograferen van kleine onderwerpen als bloemen of insecten, ook als die niet precies 1:1 in beeld komen. Voor echte macrofoto's zijn speciale hulpmiddelen nodig, zoals een speciaal macro-objectief (Pentax heeft verschillende uitvoeringen, zelfs autofocus) of tssenringen. Voor dichtbij fotografie is een lichte telelens met "macrostand" vaak ook voldoende.

Macrofoto's maken is niet moeilijker dan gewone foto's maken, maar u moet er wel een aantal dingen speciaal voor in de gaten houden. Allereerst is er altijd sprake van een erg kleine scherptediepte. Een groot deel van de foto is onscherp en daar moet u goed op letten. De manier waarop die onscherpe dingen in beeld komen, kan namelijk vreselijk storend zijn en daarom de hele foto bederven. Bedenk dat wat u met volle lensopening door de lens ziet, heel anders kan uitpakken op het moment dat de foto gemaakt wordt met een paar stops diafragma.

Veel Pentax-camera's hebben een knop voor de controle van de scherptediepte, dus gebruik die altijd even voordat u de foto maakt. Heeft uw camera niet zo knop, dan kunt u een truukje gebruiken. Draai de lens een heel klein beetje los, alsof u de lens gaat verwisselen. Op een gegeven moment zal dan de diafragma-overbrenging niet meer aansluiten en zal het diafragma dichtklikken op de ingestelde waarde. Niet vergeten de lens weer vast te draaien voordat u de foto maakt, natuurlijk.

Een tweede punt waarop u goed moet letten is de kleur van de achtergrond. Natuurlijke, niet opdringerige kleuren zoals donkerblauw zijn goed, felle kleuren als rood en geel meestal erg storend. Bij macrofotografie in de natuur is groen uiteraard de meest voor de hand liggende kleur. Als het u niet lukt om een "natuurlijke" groene achtergrond te krijgen, zoals op deze foto waar het bladgroen van andere planten daar voor zorgt, neem dan desnoods een groen geverfd stuk karton mee.

Zorg er wel voor dat er wat oneffenheden in dat groene vlak zitten, net zoals in de natuur ook het geval zou zijn. En zorg er voor dat het karton uit de scherptediepte blijft als u het als achtergrondje gebruikt.

En tenslotte is uw scherpstelling van zeer groot belang. Juist omdat er zo weinig scherp zal zijn, is het cruciaal dat u datgene scherp maakt dat ook echt het hoofdonderwerp vormt. Zeker op dit gebied is macrofotografie niet erg vergevingsgezind.