weebly statistics
foto evenementen elf fair nacht steden macro

A a d K a l i s v a a r t s F o t o s i t e

N e w a n d f r e s h l o o k

P h o t o g r a p h y

Stations

Tekstvak:

Copyright Aad Kalisvaart 2018

A a d K a l i s v a a r t s F o t o s i t e

P h o t o g r a p h y

Tekstvak: Tekstvak:

Steden.

Dordrecht

Schiedam

Tekstvak:

 

 

Montfoort

Leiden

Gorinchem

Amersfoort

Rotterdam

Almere

Hellevoetsluis

Delft

Delft.

Delft is ontstaan aan een gegraven waterloop, de 'Delf', en heet daar ook naar; delven betekent graven. Op de verhoogde plaats waar deze 'Delf' de kreekwal van het dichtgeslibde riviertje de Gantel kruiste, was, vermoedelijk sinds de 11e eeuw, een grafelijke vroonhof gevestigd. Delft was mede hierdoor een belangrijk marktcentrum, wat nog te zien is aan de omvang van het centrale marktplein.

 

Vanaf 1246.

 

Graaf Willem II verleende Delft op 15 april 1246 stadsrecht. Handel en nijverheid kwamen er tot grote bloei. In 1389 werd de Delfshavensche Schie naar de Maas gegraven, aan welks monding de zeehaven Delfshaven werd gebouwd.

Delft was tot de 17e eeuw een van de grote steden van het graafschap (later provincie) Holland. In 1400 had de stad bijvoorbeeld 6.500 inwoners en was zo de derde stad in grootte, na Dordrecht (8.000) en Haarlem (7.000). In 1560 was Amsterdam met 28.000 inwoners uitgegroeid tot de grootste stad, gevolgd door Delft, Leiden en Haarlem, die elk ongeveer 14.000 inwoners hadden.

 

In 1536 werd een groot deel van Delft in de as gelegd door de grote stadsbrand van Delft.

Prins Willem van Oranje resideerde korte tijd in Delft, in het voormalige Sint-Agathaklooster, dat sindsdien Prinsenhof wordt genoemd. Hij werd er op 10 juli 1584 vermoord door Balthasar Gerards. Op het gebied van de drukkunst nam de stad een vooraanstaande plaats in. In de stad vestigden zich diverse Italiaanse plateelbakkers die een nieuwe stijl introduceerden. Ook de tapijtindustrie kwam met Franois Spierincx tot grote bloei. In de 17e eeuw beleefde Delft door de aanwezigheid van een Kamer van de VOC en door de fabricage van Delfts blauw een nieuwe bloeitijd.

In 1654 werd een groot deel van de stad verwoest door de Delftse donderslag - de ontploffing van een opslagplaats voor buskruit op de plaats waar zich sindsdien de Paardenmarkt bevindt. Op de 'afstand van een kanonskogel' werd een nieuw Kruithuis gebouwd, door architect Pieter Post. Meerdere kunstschilders waren in de stad actief, zoals Leonard Bramer, Carel Fabritius, Pieter de Hoogh, Gerard Houckgeest, Emanuel de Witte, Jan Steen, en Johannes Vermeer. Reinier de Graaf en Antonie van Leeuwenhoek kregen internationale aandacht voor hun wetenschappelijk onderzoek.

 

Vanaf 1672.

 

Vanaf het Nederlandse rampjaar 1672 ging de Delftse economie achteruit. De stad werd overvleugeld door de beide buursteden Den Haag (als bestuurscentrum) en Rotterdam (als havenstad). In Delft bestonden rond 1670 een dertigtal fabrieken, die gedurende korter of langere tijd het plateelbakkersbedrijf hebben uitgeoefend. In 1794 waren er nog tien actief. In de 19e eeuw was er nog maar n plateelbakkerij over: De Porceleyne Fles; dit bedrijf kon als enige blijven bestaan omdat het naast aardewerk ook bakstenen ging produceren. In 1850 telde de toenmalige gemeente Delft, met een oppervlakte van 5,3 km, 18.642 inwoners.

 

Met de slechting van de stadsmuren in de 19e eeuw en de komst van de trein in 1847 werd Delft weer een aantrekkelijke plek voor nieuwe industrien zoals de Gist- en Spiritusfabriek (later Gist-Brocades, nu onderdeel van DSM), Calv en Delft Instruments. De oprichting van de Koninklijke Academie (tegenwoordig: Technische Universiteit Delft) in 1842 en het onderzoeksinstituut TNO in 1932, zorgden ervoor dat Delft ook een centrum van techniek en wetenschap werd.

Op 1 januari 1921 werden de aangrenzende gemeenten Vrijenban en Hof van Delft opgeheven en voor een groot deel aan Delft toegevoegd. Hierdoor werd het grondgebied van Delft aanzienlijk uitgebreid.

 

Na de Tweede Wereldoorlog.

 

Het eerste deel na de Tweede Wereldoorlog waar in Delft is gebouwd is het gebied tussen het kanaal, de Schie door Delft en de grote weg van Den Haag naar Rotterdam. In de jaren na 1960 werd Delft fors uitgebreid, vooral in zuidelijke richting. Daar verrezen achtereenvolgens de hoogbouwwijken Poptahof en Voorhof en de iets minder ambitieus opgezette Buitenhof. Vanaf de jaren 80 werd, nog zuidelijker, de wijk Tanthof ontwikkeld. Tanthof-Oost heeft een onoverzichtelijk stratenplan. Tanthof-West heeft nog wel dezelfde inrichting als Tanthof-Oost, maar er staan meer grote eengezinswoningen. Ter verbetering van het openbaar vervoer werd tramlijn 1 naar Tanthof verlengd.

 

Door de ontwikkeling van Voorhof en Tanthof schoof de woonfunctie van Delft meer van de historische binnenstad aan de ene zijde van de spoorlijn naar de andere zijde van deze spoorlijn. Het aldaar gevestigde winkelcentrum In de Hoven is daarin een belangrijke factor. Het hoger onderwijs wordt meer en meer geconcentreerd rondom de TU-campus, zo zijn er vestigingen van Hogeschool InHolland en de Haagse Hogeschool naast de TU-campus gebouwd. Op 13 mei 2008 brandde de gehele hoogbouw van de faculteit Bouwkunde (opleiding) van de Technische Universiteit Delft binnen 12 uur af. Elders op de campus werd later onderdak gevonden voor deze faculteit. Met de vaststelling van het bestemmingsplan Technopolis is in het zuidoosten van Delft in 2005 gestart met de ontwikkeling van het TU Delft Science Park, waar zich kennisinstituten, start-ups en internationale bedrijven vestigen.

 

In 2009 begon de bouw van Harnaschpolder nadat in 2004 een deel van de polder door de gemeente Midden-Delfland was overgedragen aan Delft. In Harnaschpolder zullen in totaal ongeveer 1300 woningen worden gerealiseerd.

Circa 2009 begon men met de bouw van de spoortunnel door Delft. Deze dient ter vervanging van het spoorviaduct dat net ten westen van de binnenstad liep. Het tweesporig viaduct werd beschouwd als een flessenhals voor het spoorverkeer, veroorzaakte lawaaioverlast en was een scheiding tussen de binnenstad en het woongebied ten westen ervan. De spoortunnel kreeg een ondergronds station en fietsenstalling. Bovengronds werd een kantoorgebouw met winkelfunctie gebouwd dat gedeeltelijk dienst doet als stadskantoor. De nieuwe spoortunnel met het ondergrondse station werden op 28 februari 2015 in gebruik genomen, waarna het spoorviaduct werd afgebroken. In 2017 werd het stadskantoor officieel in gebruik genomen. De totale investeringskosten voor het stadskantoor waren 82,3 miljoen.

 

Mede door gebiedsontwikkelingsprojecten van de gemeente ontstonden in 2014 grote financile tekorten in de gemeentebegroting. Delft vroeg financile hulp van de provincie Zuid-Holland en het Rijk. De realisatie van het project heeft de gemeente Delft een verlies van tientallen miljoenen euro opgeleverd. In reactie op de grote verliezen heeft het gemeentebestuur bezuinigingen doorgevoerd en de lokale belastingen verder verhoogd. Delft was in 2016 onder de grotere gemeentes de gemeente met de hoogste woonlasten van Nederland. In 2016 kwam een eind aan de financile problemen en kondigde de gemeente aan de lasten weer te verlagen.

 

Plannen vanaf 2018.

 

Voor de toekomst staat de verdere herinrichting op stapel van de spoorzone aan de westgrens van de binnenstad. In 2023 moet het hele stationsgebied af zijn. Dit gebied zal onder de naam Nieuw Delft voortbestaan. Tussen begin 2018 en eind 2019 zal de door schade in de fundering verzwakte Sint Sebastiaansbrug worden vervangen door een die geschikt is voor zwaar verkeer en trams.

 

Stadsbeeld.

 

Delft heeft een historische binnenstad. Parallel, en grofweg in noord-zuidrichting, lopen de grachten Oude Delft en Nieuwe Delft. Die laatste is beter bekend als achtereenvolgens Lange Geer, Koornmarkt, Wijnhaven, Hippolytusbuurt en Voorstraat.

Tussen deze beide grachten in staat, op wat vermoedelijk de oudste bebouwde locatie van de stad is, de Oude Kerk met haar karakteristieke toren. Die toren wordt de 'Oude Jan' genoemd. Nabij de Oude Jan bevinden zich het Gemeenlandshuis van Delfland met een gotische gevel en het Prinsenhof.

Ten oosten van de twee grachten werd de stad in de loop der eeuwen uitgebreid. Aan de Markt, een zeer ruim plein, staat de Nieuwe Kerk met hierin het praalgraf van Willem van Oranje en de Koninklijke grafkelder. De toren van de kerk is de op een na hoogste kerktoren van Nederland. Eveneens aan de Markt, tegenover de kerk staat het Delftse stadhuis, dat door Hendrick de Keyser in 1618-1620 werd gebouwd rondom het oudste gebouw dat Delft tegenwoordig nog heeft: een toren genaamd het Oude Steen. Op de Markt staat een standbeeld van Hugo de Groot, de rechtsgeleerde die in 1583 in Delft werd geboren.

De Beestenmarkt is vooral in de zomer het uitgaanscentrum van Delft, maar ook op andere plekken nabij de Markt bevinden zich volop horecagelegenheden - met name op de route Burgwal, Brabantse Turfmarkt, Kromstraat, Markt, Nieuwstraat.