weebly statistics
foto evenementen elf fair nacht steden macro

A a d K a l i s v a a r t s F o t o s i t e

N e w a n d f r e s h l o o k

P h o t o g r a p h y

Stations

Tekstvak:

Copyright Aad Kalisvaart 2018

A a d K a l i s v a a r t s F o t o s i t e

P h o t o g r a p h y

Tekstvak: Tekstvak:

Tips. (pagina 2)

 

 

In het hoofdstuk Tips zijn diverse themas/onderwerpen opgenomen met bij elk onderdeel een duidelijke uitleg en toelichting met tips, toepassingen en gebruikers gemak.

Macro-objectief als portretlens, werken met lange telelenzen, vallende lijnen.

Focus testkaart

Prime lenzen

Snelle beweging fotograferen, afwijkende formaten gebruiken, klassieke macrofotografie.

De 85 mm lens

Panorama

Het ND filter

De telelens

Panorama.

Camera instellingen.

Bij het nemen van een panoramafoto moet je de camera iets anders instellen dan normaal. Met name de automatische functies moet je uitschakelen, als je eenmaal hebt bepaald wat de juiste instelling moet zijn. Bij het nemen van meerdere fotos is het namelijk van belang dat de afzonderlijke fotos niet van elkaar verschillen, anders krijg je vreemde verkleuringen in de foto die erg lastig in nabewerking zijn op te lossen.

Als je hebt bepaald over welk deel van de scne je de fotos gaat nemen is het een goed idee om met name naar de helderste en donkerste delen van het beeld te kijken. Welke instellingen stelt de lichtmeter van de camera voor, is er een midden instelling te vinden zodat je niet uitgebeten witte delen of volledig zwarte delen in de schaduwen krijgt.

De uiteindelijk belichting is een compromis tussen deze twee waarden, waarbij het voorkomen van wit uitgebeten delen voorrang heeft, want deze gegevens kun je niet eenvoudig meer terug krijgen in nabewerking. Via het histogram kun je controleren dat de lichtste delen niet overbelicht worden (in het histogram scherm op de camera worden bij veel cameras de volledig witte delen knipperend rood ingekleurd, zodat je snel kunt zien wat overbelicht is).

Heb je de belichting bepaald, stel de camera dan in op de handmatige (M) stand en kies de instellingen die je eerder hebt gevonden. Op deze manier verschuiven de instellingen niet meer als je de verschillende fotos neemt. Hetzelfde geldt voor het scherpstellen. Zowel de voorgrond als achtergrond moet scherp zijn, kies dus een diafragmawaarde en focuspunt die hieraan voldoet. Schakel vervolgens de autofocus functie op je lens uit zodat ook deze niet meer wijzigt als je de fotos neemt.

De witbalans instelling laat ik vaak nog wel op automatisch staan. Ik fotografeer in RAW formaat en dit betekent dat ik deze achteraf vaak nog eenvoudig kan kiezen, maar fotografeer je in JPEG formaat, kies dan ook hier een vaste waarde zodat deze ook niet verschuift als je de fotos neemt. Als je aan een horizontaal panorama werkt, plaats dan het liefst je camera in de verticale stand. Dit voorkomt vertekening in de hoeken en hierdoor wordt je ook gedwongen meer fotos te nemen waardoor de overlappingen ook beter worden.

De losse fotos worden uiteindelijk op de computer samengevoegd en de software zoekt naar overeenkomsten om te bepalen waar de fotos op elkaar geplakt worden. Als de foto niet volledig overlapt wordt deze hoger of lager dan de vorige foto geplaatst waardoor er onderbrekingen kunnen ontstaan in het beeld. Hierdoor blijft er bijvoorbeeld minder ruimte over aan de buitenkant van de foto of valt er aan de zijkant een deel vanaf. Als je de compositie maakt, houd hier dan ook rekening mee en laat extra ruimte boven en onder en aan de zijkanten vrij om er eventueel later af te knippen als deze tijdens het plakken al niet (gedeeltelijk) verdwijnen.

Statief.

Om een zo goed mogelijk resultaat te garanderen is het gebruik van een statief aan te raden. Zonder statief kan het wel (zie verderop ook een voorbeeld daarvan), maar de kans dat je door ongewilde bewegingen relatief grote delen van je foto moet afknippen is erg groot. Om het beste resultaat te krijgen plaats je het statief zo horizontaal mogelijk, zodat er zo min mogelijk vertekening in het beeld komt.

Dit is erg belangrijk, want het echte midden van de camera, de as van de camera, zit niet op de plek waar de verbinding met het statief wordt gemaakt, maar iets verder naar voren richting de lens. Als je de camera draait krijg je altijd wat vertekening (tenzij je een echte panorama statiefkop koopt waarbij de camera wel rond het middelpunt draait), hoe rechter hij staat hoe meer beeld je uiteindelijk overhoudt.

Overlap.

Vervolgens komt het aan op het maken van de fotos die het uiteindelijke panorama gaan vormen. Begin iets eerder dan het startpunt en eindig iets verder dan het eindpunt dat je in je hoofd hebt gekozen, zodat je later makkelijker een stukje kunt afknippen. Houd ook rekening met wat verticaal in beeld is.

Draai de camera na het nemen van elke foto steeds een stukje verder. Zorg dat de volgende foto de vorige foto overlapt met minimaal 20%. Hierdoor gaat het plakproces makkelijker en kun je de vervormingseffecten van de (groothoek)lens compenseren.

Een handige manier om later tijdens het bewerken je start- en eindpunt van de serie te vinden is om met je vingers aan te geven welke foto het is en deze aan het begin en eind van een draai te fotograferen. Dan kun je snel aan de hand van de kleine weergaven van de fotos zien waar je panorama foto moet starten en eindigen. Je kunt in het veld al controleren of het panorama goed is door snel door de verschillende beelden te gaan op het LCD scherm van de camera. Als je goed let op de horizon en de elementen kun je beoordelen hoe goed het nemen van de fotos is gegaan, hoe rechter de horizon blijft tijdens het door de fotos scrollen hoe beter.

Je ziet hier trouwens horizontale panoramas, maar je kunt in het geval van een hele mooie lucht op dezelfde manier natuurlijk ook een verticaal panorama maken of zelfs twee of meer rijen fotos nemen en deze samenvoegen tot een enorm panorama. Let dan wel op de mogelijkheden van je computer, niet elke computer kan goed omgaan met zoveel pixels.