weebly statistics
foto evenementen elf fair nacht steden macro
Tekstvak: Tekstvak: Tekstvak:

A a d K a l i s v a a r t s F o t o s i t e

N e w a n d f r e s h l o o k

P h o t o g r a p h y

Tekstvak:

Copyright Aad Kalisvaart 2018

A a d K a l i s v a a r t s F o t o s i t e

P h o t o g r a p h y

N e w a n d f r e s h l o o k

Copyright Aad Kalisvaart 2018

Tips, Macro-objectief als portretlens, lange telelenzen, vallende lijnen.

Macro-objectief als portretlens.

Veel mensen zien een macro-objectief als een puur specialistisch stukje gereedschap voor fotografen die insecten en bloemen willen fotograferen. Hoewel macro-objectieven in principe natuurlijk voor deze vorm van fotografie gemaakt zijn, zijn ze veel breder inzetbaar dan alleen maar voor het dichtbij fotograferen.

Macro-objectieven zijn volwaardige objectieven, met als bonus dat je er veel dichterbij mee kunt komen dan met een gewoon objectief. Neem bijvoorbeeld een 2.8/100mm Macro objectief, een macro-objectief waarmee tot 1:1 gefotografeerd kan worden. Of een 3.5/100mm Macro (1:2) objectief. Vanwege hun brandpunt van 100mm zijn dit niet alleen fraaie objectieven voor het kleine werk, het zijn ook objectieven die perfect bruikbaar zijn als portret-objectief. Portret-objectieven moeten een brandpunt hebben tussen de 85mm en 135mm, anders ontstaat er vervorming in het gezicht.

De 100 mm Macro's vallen hier precies middenin, dus dat is perfect. Ze hebben bovendien als voordeel dat je niet op de grens van de scherpstelling aan het werk bent. Bij gewone objectieven van rond de 100mm of bij zoomobjectieven in dit bereik, wil de kortste scherpstelafstand nog wel eens aan de krappe kant zijn voor een indringend portret. Dankzij de hoge lichtsterkte is het bovendien mogelijk om op creatieve wijze te spelen met een kleine scherptediepte.

Werken met lange telelenzen.

Voor het fotograferen van dieren in de vrije natuur, of bijvoorbeeld voor sportfotografie, zijn lange telelenzen onontbeerlijk. Dergelijke objectieven zijn verkrijgbaar in allerlei uitvoeringen, van relatief compacte en zeer betaalbare uitvoeringen tot "kanonnen" met een zeer hoge lichtsterkte en een prijskaartje waar je een kleine auto voor kunt kopen.

De belangrijkste vraag is welk brandpunt ideaal is voor jouw favoriete onderwerp. Het beschikbare budget bepaalt dan hoe ver je kunt gaan wat betreft lichtsterkte. Voor grotere dieren, zoals herten en wild in Afrika, is een 300mm al heel redelijk. Pentax biedt hier twee mogelijkheden: de zeer compacte en betaalbare 4.5/300mm en de prijzige 2.8/300mm, beide zijn leverbaar in autofocus uitvoering en hebben speciaal glas (ED) voor optimale prestaties. Voor dieren die wat verder weg zijn of wat kleiner zijn, is de combinatie met een 1.4x converter ideaal. Je krijgt er op goedkope wijze een 420mm objectief bij.

Wintertijd kan een prachtige tijd zijn om te fotograferen, als de weergoden ons goed gezind zijn. Het is echter ook een hele moeilijke tijd als het gaat om goed belichte foto's te maken. Zelfs de meest geavanceerde matrixmeting kan in de sneeuw hopeloos verkeerd meten en het is belangrijk dat de fotograaf "meedenkt" met de camera en eventueel correcties op de belichting uitvoert.

Het grootste probleem bij het belichten is dat iedere belichtingmeter is afgestemd op een gemiddelde reflectie van het licht. Het enige dat de matrixmeting kan doen, is op geavanceerde manier bepalen welke delen van de foto belangrijker zijn dan andere delen. De meter weet echter niet in wat voor soort omgeving u staat.

Als de reflectie van het licht veel groter is dan in normale situaties -en dat is in de sneeuw bijvoorbeeld het geval- zal uw belichtingsmeter denken dat er gewoon meer licht is dan in werkelijkheid en vervolgens de foto willen onderbelichten. Grijpt u zelf niet in, dan zijn al uw sneeuwfoto's te donker en krijgen ze vaak ook nog eens (door de hoge kleurtemperatuur) een blauwig waas. Er zijn verschillende manieren om dit probleem op te lossen. U kunt de camera gewoon op de automaat laten staan en alleen een correctie toevoegen van +1 of +2 stops (afhankelijk van hoe de scene eruit ziet) hoe meer sneeuw, des te meer correctie).

U kunt ook een spotmeting doen op het lichtste stukje sneeuw en vervolgens 2 tot 2,5 stops overbelichten t.o.v. deze meting. Meet u 1/250 bij F/5.6, dan belicht u dus 1/60 bij F/5.6. Tenslotte kunt u ook werken met een referentie in plaats van de omgeving te meten.

U meet de reflectie van een losse grijskaart en zet de belichting daarna vast. Heeft u geen grijskaart bij de hand, dan werkt de binnenkant van uw hand ook prima. Het enige is dat de binnenkant van uw hand een stop lichter is dan een grijskaart en dat u de gemeten belichting dan ook 1 stop moet corrigeren. Belicht 1 stop meer (over) t.o.v. de meting van uw hand. Meet u 1/125 bij F/5.6, dan belicht u 1/60 bij F/5.6.

Vallende lijnen.

Wie wel eens met een groothoekobjectief een gebouw gefotografeerd heeft, weet ongetwijfeld wat er bedoeld wordt met het begrip 'vallende lijnen'. Het is net alsof het gebouw achterover leunt en dreigt om te vallen, doordat de lijnen schuin worden weergegeven.

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, heeft het brandpunt van het objectief hier feitelijk niets mee te maken. Vallende lijnen worden veroorzaakt doordat je de camera schuin houdt, waardoor het beeld schuin op het filmvlak wordt geprojecteerd. Het gebouw staat immers schuin ten opzichte van het filmvlak (of andersom, het filmvlak staat schuin omdat de camera schuin wordt gehouden).

Bij gebruik van een groothoek doe je dit sneller dan bij een teleobjectief, maar verder is het brandpunt niet van belang. Vallende lijnen kan je dus voorkomen door de camera precies recht te houden, zodat het filmvlak en het gebouw recht blijven ten opzichte van elkaar.

Dan staan de gebouwen, ook bij een sterke groothoek, keurig recht op de foto. Het probleem is dan alleen dat je wel erg veel voorgrond op de foto zult krijgen. Kies daarom die voorgrond met zorg en zet er iets interessants op. Een technische manier om vallende lijnen te voorkomen is door te werken met een zogenaamd shift-objectief. Bij een shift-objectief kan je de camera recht houden en vervolgens het objectief t.o.v. de body naar boven verschuiven.

Daardoor kan je toch schuin omhoog fotograferen, zonder dat het filmvlak t.o.v. het gebouw schuin wordt gehouden. Het gevolg is dat de lijnen keurig recht blijven en het gebouw niet meer dreigt om te vallen. Deze foto is met zo'n shiftlens genomen, waardoor de lijnen van de gebouwen keurig recht staan.