weebly statistics
foto evenementen elf fair nacht steden macro

A a d K a l i s v a a r t s F o t o s i t e

N e w a n d f r e s h l o o k

P h o t o g r a p h y

Stations

Tekstvak:

Copyright Aad Kalisvaart 2018

A a d K a l i s v a a r t s F o t o s i t e

P h o t o g r a p h y

Tekstvak: Tekstvak:

Steden.

Dordrecht

Schiedam

Tekstvak:

 

 

Montfoort

Leiden

Gorinchem

Amersfoort

Rotterdam

Almere

Hellevoetsluis

Delft

Hellevoetsluis.

Etymologie.

De Helle, wat Romeinen kenden als "Helius" of Helinium, een benaming die tot in de middeleeuwen in gebruik was voor het tegenwoordige Haringvliet en de Maas. De naam Hel(le)voet, of "(land bij) het laagste punt van het Helius", komt vervolgens voor het eerst voor in documenten uit de 13e eeuw, als Oud-Hellevoet, de Hellevoetse Werfhoek, Nieuw Hellevoeterland en in 1395 wanneer de polder Nieuw-Helvoet ter bedijking wordt uitgegeven. Deze polder had een uitwateringssluis in de Zuiddijk: de Hellevoetse sluis.

Geschiedenis.

Het gebied Voorne-Putten bestond vroeger uit veen, kleigronden en moerassen. Permanente bewoning van Hellevoetsluis gaat terug naar de ijzertijd (ongeveer 800 v.Chr.). Er werd toen voornamelijk veeteelt beoefend, en in de Romeinse tijd vanaf 12 v.Chr. waarschijnlijk ook landbouw. Na de 3e eeuw verlieten mensen Voorne-Putten tot de 7e eeuw, in de 11e eeuw keerden de eerste bewoners terug naar wat later Hellevoetsluis zou worden. Omdat het gebied Voorne-Putten vaak overstroomde, begon men met inpolderen.

Het poldergebied waar Hellevoetsluis zou ontstaan werd tussen 1367 en 1394 in cultuur gebracht en er werd meteen ook bewoning gepland. De eerste bewoners hielden zich voornamelijk bezig met landbouw en veeteelt. Het vestinggebied was oorspronkelijk een klein haventje dat gebruikt werd door de bewoners van het 15e-eeuwse dorpje Nieuw-Helvoet. De vesting Hellevoetsluis is in het begin van de 17e eeuw aangelegd om de oorlogs- en handelshaven te versterken. De zilvervloot werd in 1629 op de rede van Hellevoetsluis ontscheept. Op 11 november 1688 startte Willem III met zijn vloot een tocht naar Engeland om daar, samen met zijn vrouw Mary, de troon te bestijgen en koning van Engeland, Schotland en Ierland te worden.

In 1798 werd onder bevel van buitengewone opzichter Jan Blanken een zeesluis en droogdok aangelegd.Hellevoetsluis was de marinebasis van de Admiraliteit van de Maze. In de tijd dat Hellevoetsluis marinehaven was werd hier de door Piet Hein buitgemaakte zilvervloot aan wal gebracht. Aan die tijd herinneren nog gebouwen als het Tromphuys, affuitenloods, het kruythuys en het Ruyterhuys, vernoemd naar Michiel de Ruyter. In 1813, op het einde van de Franse tijd in Nederland, vocht de Franse marine onder leiding van Emmanuel Halgan, om deze plek vooralsnog bezet te houden.

De vesting was in die tijd belangrijk als (marine)haven en tot in de 19e eeuw bleef deze positie gehandhaafd. Doordat rond 1830 het Kanaal door Voorne werd gegraven was er een levendige handel en doorvaart naar Rotterdam, daarnaast had Hellevoetsluis verschillende marine-instellingen en opleidingsinstituten en een vestingartillerie.[7] Er werden in deze tijd verschillende militaire oefeningen met land en zeemacht gehouden in Hellevoetsluis en omstreken.

Nadat de Nieuwe Waterweg het Voornsekanaal nutteloos had gemaakt zette het verval in, wat nog versterkt werd toen in de jaren 30 de marinehaven naar Den Helder werd verplaatst en later tijdens de Tweede Wereldoorlog de Duitsers een deel van Hellevoetsluis sloopten om een beter schootsveld te krijgen ter verdediging van de eigen stellingen. In de jaren 60 keerde de marine in Hellevoetsluis tijdelijk terug als locatie voor tijdelijk uit dienst gestelde schepen van de mijnenveegdienst. Er is later nog een mijnenjager vernoemd naar de plaats: de Hr.Ms. Hellevoetsluis. Na het vertrek van dit onderdeel van de marine stagneerde de lokale economie.

In 1960 werden de drie gemeentes Hellevoetsluis, Nieuw-Helvoet en Nieuwenhoorn samengevoegd tot n nieuwe gemeente en nadat in de jaren 70 Hellevoetsluis was aangewezen als groeikern werden er veel woningen bijgebouwd voor forensen die in Rotterdam of het Europoort-Botlekgebied werkten, zodat in de jaren zeventig de bevolking van Hellevoetsluis verdubbelde en er verschillende nieuwe wijken werden bijgebouwd in de polders van Helvoet en Nieuwenhoorn. Enkele bedrijven die rond de jaren zeventig opkwamen waren Vermaat en de oude rubberfabriek.

Sindsdien is de gemeente ook bezig met het revitaliseren van de vesting door middel van nieuwbouw aan de westkant van het Groote Dock. Van 2010 tot en met 2012 is er met rijkssteun een groot restauratieproject gestart waarbij het zogenaamde front I-II weer grotendeels teruggebracht is naar een tijdbeeld uit het rijke militaire verleden. Begin jaren 90 werden er nieuwe plannen voor de stadsontwikkeling gemaakt. De structuurschets 2005 werd gerealiseerd en opgevolgd door de structuurschets 2010+.

Monumenten en bezienswaardigheden.

Hellevoetsluis is een rijksbeschermd stadsgezicht en heeft een aantal bijzondere historische gebouwen, schepen en enkele musea. Hellevoetsluis was afgelopen eeuwen vooral legerplaats en marinehaven. Gebouwen die daar nog aan herinneren zijn de kazerne Fort Haerlem, een lange kustbatterij uit 1880 (te zien op de eerste kaart boven), de opgeknapte bunkers gebouwd rondom de vesting, een kruittoren en de barakken in de vesting. Daarnaast was Hellevoetsluis van 1783 tot 1797 thuishaven van het linieschip de Delft. Dit 63 meter lange zeilschip wordt momenteel herbouwd op scheepswerf De Delft in Delfshaven. In het droogdok zelf werden schepen gebouwd en gerepareerd voor gebruik in oorlogen.

Tot op de dag van vandaag bleef Hellevoetsluis een havenplaats, hoewel zij nu richt op recreatie en niet meer op handel, transport en de marine. In de Hellevoetse haven ligt het stenen droogdok van Jan Blanken, waarvan de bouw in 1798 startte; deze is uniek in zijn soort. Het werd tot begin jaren 70 gebruikt voor nieuwbouw en onderhoud van verschillende schepen, meestal mijnenvegers, onder de bedrijfsnaam Niestern. Hierna raakte het dok in verval, maar het is tegenwoordig in gerestaureerde toestand te bezichtigen samen met het Museum Droogdok Jan Blanken, vernoemd naar Jan Blanken die opzichter was tijdens de bouw van het droogdok.

Het Kanaal door Voorne, dat in 1830 werd aangelegd van Hellevoetsluis naar het in de jaren 60 verdwenen dorp Nieuwesluis, vormde een verbinding met Rotterdam. Omdat de zeeschepen te groot werden voor het kanaal werd later de Nieuwe Waterweg aangelegd en verloor het kanaal zijn functie. Tegenwoordig wordt het nog amper bevaren maar wel gebruikt door sportvissers en kinderen om te zwemmen.

Verdere gebouwen die aan het maritiem verleden van Hellevoetsluis herinneren zijn de vuurtoren bij de haven, die vaak wordt afgebeeld op prentkaarten van Hellevoetsluis, het lichtschip Noord-Hinder en de O/S Zeefakkel, een opleidingsschip van het Zeekadetkorps Hellevoetsluis. Sinds oktober 2013 ligt Hr.Ms. Buffel (HW 12, A 884), een historisch Nederlands pantserschip in Hellevoetsluis. Vanaf 1979 tot 7 januari 2013 was het schip te bezichtigen in het Maritiem Museum Rotterdam waar het in de Leuvehaven lag als museumschip. Vanwege bezuinigingen werd de Buffel op 5 oktober 2013 verplaatst naar Hellevoetsluis, waar Stichting Museumschip De Buffel er nu zorg voor draagt. De historische schepen zijn aangemeerd aan de Koningskade.

Daarnaast bevat de vesting twee musea, het Nationaal Brandweermuseum en de Oudheidskamer. Hellevoetsluis heeft twee korenmolens, een bewoonde molen De Hoop uit 1801 en de Zeezicht bij Nieuwenhoorn. Verder staat er in de vesting een watertoren uit 1896, die bewoond wordt en die ontworpen is door N. Biezeveld.